Aanpassingen
Voor het Nederlandse onderzoek zijn twee belangrijke aanpassingen gedaan aan de hand van onderzoeksresultaten die beschikbaar waren uit het buitenland:
Twee specifieke gebieden van het zichtbaarheidsonderzoek: Stedelijk/landelijk en Fietsers, zijn voor de Nederlandse situatie aangepast in het Europese zichtbaarheidsmodel.
Omdat de reclamevakken in andere landen beperkt zijn tot alleen in de steden werd eerder voor stedelijke/landelijk geen onderscheid in resultaat gemaakt. Het onderzoek liet zien dat in de Nederlandse situatie gedefinieerd ook minder geclusterde omgevingen (gedefinieerd als geen gebouwen zichtbaar binnen 100 m van het reclamevak) voorkomen dan in de steden waarin de voorgaande zichtbaarheidsstudies hadden plaatsgevonden.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek werd het zichtbaarheidsmodel aangepast met:
Uitbreiding met het kenmerk stedelijk/niet-stedelijk, dat is opgenomen in de PSS classificatie van de reclamevakken.
Dit werd in het zichtbaarheidsmodel toegepast voor de toename van de momentopnames van oogcontact, zoals waargenomen in dit onderzoek.
Hoewel er een toename was in de gemeten momentopnames van oogcontact in het onderzoek voor een landelijk of niet-stedelijk reclamevak, wordt dit resultaat weer beïnvloed door een hogere snelheid van verkeer langs het reclamevak. Hierdoor zal de werkelijke toename veel kleiner zijn dan de metingen in het onderzoek suggereren.
Fietsers bleken in het onderzoek een wat lagere oogcontactfactor te hebben dan zowel de autobestuurders als de voetgangers. Dit kan verklaard worden door hun noodzaak om op het verkeer te letten. Het was echter duidelijk dat fietsers een veel lagere passeersnelheid hebben, dichter bij die van voetgangers dan bij die van auto’s. Toen het zichtbaarheidsmodel voor voetgangers was aangepast aan de lagere oogcontactfactor van fietsers, werd duidelijk dat door de langere aanrij- of passeertijd in vergelijking met die van auto’s, de uiteindelijke oogcontactfactor van fietsers vergelijkbaar en in de meeste gevallen identiek is aan die van voetgangers. Het Nederlandse model werd aangepast zodat op de oogcontactfactor van een hybride “voetganger-fietser” de hogere, gewogen gemiddelde snelheid van 7,9 km/uur werd toegepast.














